“Ik moet op dieet” – Thaïsa, 10 jaar

Toen ik tien jaar was, vertelde ik mijn beste vriendin dat ik op dieet was. “Wie is dieet en waarom ben je er verliefd op?”, was haar antwoord. Terecht trouwens, want geen enkel kind van tien zou moeten weten wat diëten is. 

Ik wist het wel. Mijn mama ging geregeld ‘op dieet’, dus het moet er zo mee ingeslopen zijn. Ze liet zich dan een periode helemaal gaan, en dan moest de rem er weer op. Gedrag dat ik zonder al te veel nadenken kopieerde. Al sinds ik het mij kan herinneren, voel ik mij ‘dik’. Een overtuiging die door mijn omgeving geregeld gevoed werd door ondoordachte opmerkingen. Mijn overgrootmoeder merkte op dat ik plots veel was aangekomen – stel je voor, bijkomen in volle groei, mijn zwemtrainer beweerde dat ik beter zou presteren als er wat kilo’s af zouden gaan en als ik een pak koekjes openmaakte zag ik mijn papa vanuit mijn ooghoek afkeurend kijken. Goedbedoeld misschien, maar het hakte er stevig in. Ik werd steeds onzekerder, over mijn lichaam, maar ook over wat ik kon en wie ik was. 

Ik was perfect gezond, maar trok op mijn veertiende toch voor het eerst naar een diëtiste. Zij vertelde me wat ik mocht eten en wat niet, en ik hield mij daaraan. De eerste week toch. Maar de honger werd te groot, en ik begon terug te snoepen. Deze keer in het geniep, zodat niemand erachter zou komen dat ik faalde. 

Twee dagen voor ik terug op de weegschaal moest staan bij de diëtiste stopte ik dan bijna volledig met eten. Ik viel niet af, maar kwam zo tenminste ook niet bij.  

Na een tijdje besefte ik dat dat niet de juiste methode was voor mij en stopte ik met het dieet. De kilo’s vlogen eraan, want ik had geen controle meer van buitenaf en kon dus eindelijk mijn vreetbuien de vrije loop laten. Ik begon te compenseren wat ik al die weken had moeten missen, tot ik weer op een punt kwam waarop ik me enorm slecht in mijn vel voelde. Het startschot voor een nieuw dieet! Weight Watchers, shakes, vasten, … alles heb ik geprobeerd om eindelijk van die overtollige kilo’s af te geraken. Telkens met hetzelfde resultaat: 10kg eraf, 15kg erbij.

Na jarenlang strijden tegen mijn lijf en mijn eetgedrag, vertelde ik aan een collega over mijn obsessie met eten. Dat ik soms vijf keer per dag op de weegschaal ging staan, dat ik soms twee pakken koeken naar binnen schrokte en dan uit schaamte de rest van de dag niets meer at, dat ik ging slapen en weer opstond met de gedachte aan het getal op de weegschaal, dat ik me rot voelde als er een grammetje bij was in vergelijking met de dag ervoor, terwijl ik alleen maar gezond gegeten had en twee uur lang had gesport. 

En vooral dat ik mezelf wilde profileren als sportkinesiste, maar het gevoel had dat dat niet geloofwaardig was, omdat ik te veel kilo’s meezeulde..

Ze verzekerde mij ervan dat ik niet alleen was en gaf mij het adres van een voedingspsychologe. En onder het motto ‘Baat het niet, dan schaadt het niet’,maakte ik een afspraak.

Dat werd voor mij de grote ommekeer. Mijn psychologe heeft me doen inzien dat ik vastzat in een grote vicieuze cirkel van weinig zelfvertrouwen, veel eten en me slecht voelen over mezelf. 

Ondertussen kan ik mijn eetgedrag veel beter plaatsen en controleren, en voel ik mij veel beter in mijn vel. Ik ben er zelfs van overtuigd dat ik meer kan dan ik altijd al dacht. En nee, ik ben niet opeens een stereotype personal trainer met een sixpack, integendeel. Maar ik zie nu in dat dat ook niet hoeft. Je goed in je vel voelen is veel belangrijker dan het cijfer op de weegschaal en je moet bewegen omdat je van je lichaam houdt, niet omdat je het wil veranderen. En dat wil ik ook aan mensen tonen. Lief zijn voor jezelf, da’s het belangrijkste.

-Thaïsa Timmerman