name=“p:domain_verify” content=“777b6b19394091e88f31726a53555b60"

Intrinsieke versus extrinsieke motivatie

Er wordt tegenwoordig veel gesproken over het concept ‘motivatie’. Dit concept heeft me altijd geïnteresseerd. Want hey, we struggelen allemaal soms eens met die ‘dagen zonder motivatie’.
In deze post ga ik wat dieper in op wat ik leerde over motivatie, en hoe het een rol kan spelen in jouw leven.

Intrinsieke vs extrinsieke motivatie

Even starten met de theorie. We kunnen verschillende types motivatie onderscheiden. Het grootste en meest gekende onderscheid is het verschil tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie.

In ‘t kort:

  • IN = intern = van binnenin
  • EX = extern = van buitenaf

Bij intrinsieke motivatie komt de motivatie voor een activiteit van binnenin. Vanuit jezelf. Omdat je zelf gelooft in het belang, omdat het waardevol is voor jou of omdat het jou blij maakt. Vanuit eigen behoefte, interesse en ambitie dus. Bij intrinsieke motivatie hangt er geen ‘doel’ aan je gedrag vast. Mensen met intrinsieke motivatie doen een activiteit gewoon, omdat ze er goesting in hebben. Zo sta ik soms te dansen in mijn living, niet omdat ik er goed in ben of in wil worden, of omdat het me iets oplevert, maar gewoon enkel en alleen omdat ik het leuk vind (ook al ziet het er niet uit – geloof me maar!).


Bij extrinsieke motivatie ligt dit wat anders. Extrinsieke motivatie komt van buitenaf. Vaak onder de vorm van een opgelegde regel, een verlangen van een andere persoon, een maatschappelijke verwachting: verplichtingen dus. Wait, waarom zouden we zaken doen waarvoor we enkel extrinsiek gemotiveerd zijn? Omdat het vaak het gevolg meebrengt dat wel belangrijk is voor ons.

Werken is hier een typisch voorbeeld van. Een cliënte van me werkt in de supermarkt. Niet omdat dat haar droomjob is, maar omdat ze er een goed loon (geld) en goede uren (tijd) heeft. Ze werkt er dus omdat de gevolgen ervan positief zijn voor haar. Maar het gedrag zelf (werken in de supermarkt) is niet iets waar ze intrinsiek voor gemotiveerd is. Ander voorbeeldje is een kindje dat braaf is om geen straf te krijgen. Dit levert voordeel voor het kind op, maar hij doet het niet vanuit zichzelf. Vanuit een intrinsieke motivatie, zou hij namelijk liever de boel wat op stelten zetten. Andere redenen om gedrag vanuit extrinsieke motivatie te stellen zijn: aanzien, carrière,…

Even een -vermoedelijk- herkenbaar topic waar dit onderscheid héél duidelijk zichtbaar wordt: sport

Iemand die gaat sporten met het idee ‘Ik moet 3 keer in de week naar de fitness, zodat ik tegen de zomer minstens 5 kilo afval en mijn vriend blij is als hij me in bikini ziet!’ is een classic case of extrinsieke motivatie. Deze persoon vertrekt helemaal niet vanuit een interne wens om de activiteit (sporten) te doen en er plezier uit te halen. Er wordt gesport om een extern doel te bereiken (nl. afvallen, een bepaald beeld bereiken). Iemand die gaat sporten met het idee ‘ik ga vanavond lekker meedoen aan de HIIT workout, omdat ik houd van die les en de powermoves’ vertrekt wél vanuit intrinsieke motivatie. Deze persoon sport omdat men de activiteit zélf leuk vindt, omdat het op dat moment een positief gevoel geeft. Er hangt geen extern/opgelegd doel aan vast. 


Well, why is this important?
Uit onderzoek blijkt dat intrinsieke motivatie veel hogere kwaliteit heeft en voor positieve effecten zorgt. Dit wil zeggen dat je een activiteit die je doet vanuit intrinsieke motivatie langer zal blijven doen (volharding), tot betere prestaties leidt en meer energie en voldoening teweegbrengt.
Dit komt omdat je psychologische basisbehoeften het meest vervuld worden bij het handelen uit intrinsieke motivatie. Deze basisbehoeften zijn autonomie, verbinding en competentie.

Zo behalen kinderen op school die intrinsiek gemotiveerd zijn (een vak doen vanuit eigen interesse) typisch betere punten, komen ze met meer plezier naar school en ervaren ze meer voldoening dan kinderen die een vak volgen omdat het ‘moet’.

Autonome vs. gecontroleerde motivatie

Wanneer we sporten omdat het ons een bepaald doel oplevert, kunnen we wel nog een onderscheid maken in de verschillende vormen van extrinsieke motivatie. Als je sport om redenen die je zelf belangrijk vindt en deze redenen aansluiten bij je eigen waarden (zoals energie krijgen, uitlaatklep hebben, lichaam verzorgen) spreken we ook van extrinsieke motivatie (omdat je het niet doet voor de activiteit an sich, maar met een doel). Maar, dan is dit wel ‘autonoom gereguleerd’: dit wil zeggen dat je er wel zelf voor kiest en erachter staat. Sporten omdat je wilt afvallen omdat je vriend dat wil is geen autonome keuze, maar de keuze van iemand anders. Dit wordt dan ‘gecontroleerde motivatie’ genoemd.

Het concept autonomie is hier dus een heel belangrijke om een hogere motivatie te bereiken: iets doen omdat je er zelf voor kiest. Ook al hangt het vast aan een bepaald doel, als je de keuze zelf in handen hebt omdat je gelooft in het nut van dat doel en de bijhorende activiteit, dan zal de kwaliteit van je motivatie al een stuk groter zijn en meer positieve gevolgen met zich meebrengen. Wederom: dit heeft te maken met het feit dat autonomie één van onze psychologische basisbehoeften is.


Hoe toepassen in je eigen leven?


Het is dus belangrijk om een activiteit te kiezen die intrinsiek motiverend is, die je écht leuk vindt vanuit jezelf. Dit is veel langer vol te houden op lange termijn en zal tot meer welbevinden leiden. Zie je dat ik ‘activiteit’ heb geschreven in plaats van ‘sport’? Klopt! Sommige mensen zijn gewoon geen hevige sporters en kiezen liever voor beweging in een andere vorm. Bijvoorbeeld; dagelijks wandelen, eens gaan paintballen met de vriendengroep, activiteiten met een club of jeugdbeweging, lange hikes op vakantie… De opties zijn eindeloos. Dit is minstens even goed én als het vanuit intrinsieke motivatie komt, toch veel langer vol te houden! Win win dus. Deze oefening is natuurlijk op vele topics toe te passen en gaat veel verder dan sport. Denk maar aan studiekeuze, job, hobby’s, sociale activiteiten,…

Ik vind het zelf een heel interessante vraag om mezelf wat vaker te gaan stellen. ‘Doe ik dit nu omdat het voor mij belangrijk is of omdat het ‘moet’?’ En jij? Heb jij activiteiten in je leven die je enkel en alleen vanuit intrinsieke motivatie doet?

-Leonie Lefèvre

Bron: Zelfdeterminatietheorie Ryan & Deci, 2000